Welke temperatuur is goed voor een jong dier?

Een pasgeboren dier kan meestal niet de eigen lichaamstemperatuur op peil houden. Normaal gesproken zorgen de moeder en de nestgenootjes ervoor dat de kleintjes niet teveel warmte verliezen. Vaak maakt de moeder een warm nestje met haar eigen haar, zodat de warmte goed wordt vastgehouden.

De meeste dieren die in de problemen zijn geraakt, en extra verzorging van mensen nodig hebben, hebben extra warmte nodig. Vooral diertjes die nog geen vacht hebben, kunnen meestal niet hun eigen lichaamstemperatuur op peil houden. Veel dieren die in de opvang terecht komen, zijn onderkoeld geraakt.

Algemene temperatuuradviezen voor zoogdieren

Pasgeboren nestdieren (zoals kittens, puppy's, eekhoorns, konijntjes, etc) hebben een omgevingstemperatuur nodig van ca 32 - 35 graden. Diertjes die de oogjes nog dicht hebben, hebben graag een omgevingstemperatuur van 30-32 graden. Zodra de oogjes open gaan, en de vacht zich ontwikkelt, kan je langzaam afbouwen naar kamertemperatuur. Dieren die pas in de opvang zijn, zijn vaak erg gestresst, en kunnen daardoor alsnog onderkoeld raken.

Dieren die na de geboorte meteen al meelopen met de moeder (zoals lammetjes, veulens, haasjes, reeën, etc), hebben minder behoefte aan verwarming. Alleen in geval van onderkoeling, stress en ziekte, vinden ze extra warmte erg fijn.

Welke temperatuur is goed voor een kitten?

De ideale omgevingstemperatuur voor kittens van 1 week: 30 graden celcius.
De ideale omgevingstemperatuur voor kittens van 2 weken: 27 graden celcius.
De ideale omgevingstemperatuur voor kittens van 3 weken: 24 graden celcius.
De ideale omgevingstemperatuur voor kittens van 4 weken: 21 graden celcius.

Zet je warmtemat niet te hoog

De juiste omgevingstemperatuur voor een jong dier, is lager dan de temperatuur van je eigen huid. Daarom zal een goede warmtemat altijd matig lauw aanvoelen aan je handen. Als een warmtemat duidelijk warm aanvoelt, staat de temperatuur echt veel te hoog ingesteld. Vooral zeer jonge diertjes, of verzwakte dieren, kunnen huidverbrandingen of zelfs intern gekook worden als ze urenlang op een warmtemat van 40 graden liggen en er niet af kunnen.

Maak altijd een warmere en een koelere zone, zodat je diertje zelf kan kiezen waar het wil liggen. Leg zeer slappe dieren elk kwartier op de andere zijde, zodat het steeds van een andere kant verwarmd wordt.

Heb je een buigbare warmtemat? Buig hem dan over de bodem en één zijkant van het hok. Dan krijgt het diertje van onderaf en opzij de warmte, en dat is extra lekker voor hem.

Controleer de temperatuur met een thermometer

Gebruik een nauwkeurige thermometer om de omgevingstemperatuur in de gaten te houden. Sommige digitale thermometers hebben een sensor die je bij het jonge dier kunt leggen, zodat je precies kunt bepalen hoe warm het daar is. Maar in noodgevallen kan een simpele tuin-thermometer ook van de schutting worden gehaald en bij het dier worden gelegd, om zo de omgevingstemperatuur te bepalen.

De warmtemat is te warm

Als je warmtemat té warm is, kan je een aantal dingen doen zoals:

  • leg de warmtemat onder de kooi in plaats van in de kooi.
  • leg een dikke krant of handdoeken op de warmtemat, daar komt de warmte minder goed doorheen
  • leg de warmtemat op een cakerekje of ovenrekje, zodat er aan de onderkant lucht bij kan.

Verder lezen:

Huisvesting en warmte

Hoe warm wordt een infraroodmatje?

Zelf een couveuse maken