Onderzoek van een gevonden kitten

Een gevonden dier onderzoeken

 Het is belangrijk om een jong dier goed te onderzoeken. Zeker als het gaat om een jong dier dat gevonden is, waarvan je de achtergrond niet weet. Bijvoorbeeld een eekhoorntje dat uit de boom is gevallen, of een kitten dat op straat is gevonden. Iedereen kan een dier onderzoeken, maar ervaring is wel belangrijk. Je moet weten wat je doet, en je wilt een diertje niet onnodig pijn doen. Daarom is het van belang dat je een gevonden dier naar een erkende dierenopvang brengt. De mensen daar hebben de kennis en ervaring die nodig is om zo'n diertje goed te kunnen helpen.

Protocol bij de dierenopvang

Dierenopvangcentra hebben vaak een protocol over hoe ze een gevonden dier onderzoeken. Er zijn verschillende variaties, maar in wezen komt het allemaal op hetzelfde neer; ze onderzoeken het dier op een vaste volgorde. Op die manier wordt er bepaald wat het dier mankeert, of er een dierenarts ingeschakeld moet worden of hoe het dier moet worden behandeld. Zo'n onderzoek omvat de volgende onderdelen:

Diertje wegen

Begin altijd met het wegen van het dier. Wegen is een essentiele eerste stap, want je hebt het gewicht nodig om te berekenen hoeveel vocht, melk, medicijnen je moet geven. En het is van belang om de groei van de baby bij te houden. Hoe je een dier weegt, lees je in het artikel: Hoeweeg je een dier?

Lichamelijk onderzoek

Onderzoek het lichaam grondig, en houd daarbij een vaste volgorde aan. Begin bij de kop en eindig bij de staart. Het kan handig zijn om je bevindingen op te schrijven.

Algemene indruk

  • is het diertje dun of goed gevoed?
  • is de vacht mooi? Een dunne, lelijke, rommelige vacht kan duiden op ondervoeding, endoparasieten, ectoparasieten of ziekte.
  • Is de huid normaal? Is het rimpelig? Trek de huid in de nek omhoog tussen je vingers (turgortest). Zakt het net zo snel weer terug als je eigen huid? Als het traag terugzakt, kan dat een teken van uitdroging zijn.

Kop

  • Is de kop symmetrisch? Zo niet, dan kan dat betekenen dat er een gezwollen wond is, breuk in de schedel, of zwelling onder de schedel.
  • Zijn er ergens wonden?
  • Is het diertje in staat zijn kop normaal recht te houden? Een scheve kop kan betekenen dat er hoofdtrauma is, een wond, of problemen met  de oren en/of het evenwichtsorgaan.
  • Beweegt het kop of de ogen steeds heen en weer of op en neer? Een herhalende beweging kan duiden op neurologische problemen, of er is een verwonding aan het hoofd of de nek.
  • Lijkt de kop te groot voor het lichaam? Dit kan een teken zijn dat het dier lange tijd ondervoed is.

Oren

  • Onderzoek de binnenkant en buitenkant van de oren. Zie je een afscheiding of bloed? Zie je oormijten, maden, vlooien, luizen, vliegenlarven of teken? Zie je zwarte oorsmeer, wat kan wijzen op oormijten? Raadpleeg een dierenarts. Luizen, larven en teken kan je met een pincet of tekentang verwijderen.

Ogen

Jonge dieren hebben vaak nog dichte ogen. Laat de ogen dan met rust en ga verder met het volgende punt van het onderzoek. Als het diertje open ogen heeft, kan je kijken naar de volgende punten:

  • Zijn beide ogen hetzelfde? Zijn de pupillen even groot? Verschillende maat pupillen kan duiden op een hoofdtrauma of oogprobleem.
  • Zie je afwijkingen aan de ogen, zoals witte puntjes, vertroebeling, rode plekjes, blauwe plekken of uitpuilende ogen?
    Witte puntjes kunnen een teken zijn van uitdroging. Rode plekken of rode vloeistof in de ogen kan duiden op een trauma. Dit kan allemaal het zicht van het jonge dier negatief beïnvloeden. Raadpleeg een dierenarts. Vaak is een behandeling met oogzalf of druppels noodzakelijk.
    Virussen kunnen ook afwijkingen aan het oog veroorzaken, soms zie je dan blauwe vlekken.
  • Kan je het 3e ooglid zien? Vaak is dat een teken dat het dier zich niet goed voelt.
  • Zie je ingevallen ogen? Dat kan een teken zijn van uitdroging. Is er één oog ingevallen, dan kan dat door een trauma komen.
  • Zie je afscheiding/pus/tranen rond de ogen? Dit kan duiden op een probleem aan de bovenste luchtwegen, een bacterie- of virusinfectie, irritatie door een stof, of een klap op de neus, ogen of hoofd.
  • Zie je een teek of andere insecten rond de oogleden? Verwijder ze voorzichtig.

Neus

  • Zie je snot, bloed, afscheiding, viezigheid of zwelling rond de neus? Maak het voorzichtig schoon met een nat wattenstaafje, slijmzuigertje of een puntje van een tissue. Je kunt eventueel een zoutoplossing gebruiken om de neus schoon te spoelen.
  • Een snotneus kan duiden op een ziekte, allergische reactie, of het dier heeft een irriterende stof ingeademd. Als de neus dicht zit, en het dier niet goed kan ademhalen, kan een behandeling met anti-histamine een oplossing zijn. Overleg met je dierenarts.
  • Bloed of zwelling kan duiden op een verwonding of trauma.

Mond

  • Bekijk de kleur van het tandvlees. Is het natuurlijk roze? Grijze, witte of lichtroze tandvlees kan duiden op bloedarmoede of een interne bloeding.
  • Druk kort met je vinger of een wattenstaafje op het tandvlees. Het tandvlees is eventjes wit, maar al gauw moet het bloed weer terugvloeien.
  • Zijn de tanden zoals het hoort op de leeftijd van het dier?
  • Bij konijnen en knaagdieren: Zijn de voortanden en ondertanden mooi recht? Zo niet, raadpleeg een dierenarts.
  • Zijn er dingen in of om de mond die er niet horen? Zoals vuil, maden, teken, etc. Verwijder ze voorzichtig.

Borst

  • Zijn er wondjes of gebroken botten?

Longen

  • Luister met een stetoscoop naar de ademhaling. Hoor je gekraak, geborrel, gepiep of andere geluiden? Dat kan duiden op een longontsteking of andere luchtweginfectie.
  • Hoe ademt het dier? Ademt het sneller dan normaal, met een open bek? Probeer de onderliggende oorzaak te vinden. Het kan duiden op: stress, oververhitting, verhoogde lichaamstemperatuur, rook inhalatie, vergif, een hevige parasieten besmetting of shock.
  • Haalt het dier maar af en toe adem? Lijkt het te stikken of zit er steeds een paar seconde tussen de ademhalingen? Dan is het beestje waarschijnlijk niet meer te redden. Laat het zo snel mogelijk inslapen om verder lijden te voorkomen.

Buik

  •  Voelt de buik hard of zacht aan? Een harde buik kan duiden op gasvorming (zie: Gasbuik, opgeblazen maag en/of darmen bij jonge dieren), interne bloedingen, blaasproblemen, constipatie, etc.
  • Als het diertje zelfstandig zit, is de houding dan natuurlijk?
  • Als je aan de buik voelt, merk je dan aan het dier dat het pijn doet?

Rug

  • Zie je bobbels, zwellingen, wonden of tekenen dat het diertje pijn heeft?
  • Is de rug symmetrisch of zie je afwijkende bochten?
  • Houdt het dier de voorpoten stijf en de achterpoten zijn slap? Dan kan de rug gebroken zijn. Een röntgenfoto kan nodig zijn om het probleem goed in kaart te brengen.

Pootjes

  • Kan het dier alle pootjes goed gebruiken?
  • Zie je dat een pootje slap is of verlamd?
  • Als je met je nagels in een teen knijpt, trekt het dan het pootje terug omdat het pijn doet? Soms lukt het beter om te knijpen met een arterieklem. Als het diertje zijn poot terugtrekt, weet je dat alles in principe nog goed werkt. Blijft het pootje slap hangen terwijl je het pijn doet, en zijn er geen reflexen, dan is dat een slecht teken.
  • Staan alle pootjes in de juiste stand?
  • Zijn er breuken, is er iets uit de kom of zijn er verwondingen? Probeer goed links en rechts met elkaar te vergelijken.
  • Voelt er één pootje kouder dan de rest? Dan kan er iets mis zijn met de bloedtoevoer.
  • Voelt of klinkt het schurend / knisperend? Dan kan er een botbreuk zijn.
  • Zijn de pootjes, teentjes en voetkussentjes nog heel?

Staart

  • Zie je verwondingen?
  • Kan het dier de staart nog goed gebruiken?
  • Je kunt in de staart knijpen, om te zien of het dier reageert op pijn.
  • Is een deel van de staart gebroken? Hangt een deel er slap bij? Een gebroken staart komt regelmatig voor en heeft meestal geen behandeling nodig als er geen open wonden zijn. Het gebroken puntje van de staart zal verschrompelen en er uiteindelijk vanaf vallen. De meeste jonge dieren kunnen zich prima redden met een kortere staart en passen zich goed aan. Raadpleeg een dierenarts als de staart kapot is, misschien moet er een stukje geamputeerd worden.

Genitaliën

  • Rondom de anus en genitaliën vind je vaak maden. Vooral in de zomer. Kijk ook goed in de huidplooien bij de achterpoten.
  • Zie je tekenen van diarree of juist harde ontlasting?
  • Zie je bloederige afscheiding? Bloed uit de anus of een andere lichaamsopening kan duiden op vergiftiging.
  • Sommige zenuwbeschadigingen aan de rug, kunnen ervoor zorgen dat het dier de plas niet kan ophouden en de poep laat lopen.
  • Is de blaas vol? Soms voelt het aan als een waterballon in de buik. Als je er zachtjes op drukt, zal het diertje de urine uitplassen. Druk zachtjes, en neem de tijd om de plas eruit te laten lopen.
  • Jonge diertjes, met de ogen dicht, kunnen vaak niet zelfstandig poepen en plassen. Dat doen ze alleen als je over de genitaliën wrijft met een nat watje. Dat is normaal, en deze diertjes moeten meerdere keren per dag worden geholpen om te poepen en te plassen.

Urine onderzoek

Misschien kan je wat urine opvangen in een bakje.Normale urine is lichtgeel tot doorzichtig van kleur.

  • Donkere urine duidt erop dat het diertje al langere tijd niet heeft geplast. De urine is erg geconcentreerd. Konijnen hebben soms donkerbruine of oranje urine, dat is normaal voor konijnen, maar niet voor andere zoogdieren. Donkere urine is een teken van uitdroging. Rehydration is nodig. Wat is ORS en hoe maak je het?
  • Weinig tot geen urine kan betekenen dat het diertje net heeft geplast, of het diertje maakt geen urine aan omdat het uitgedroogd is. Veel dieren zullen poepen en plassen tijdens het transport, omdat ze bang zijn.
  • Bloed in de urine kan een teken zijn van infecties, maar vaak gaat het vanzelf weer over.
  • Sterk ruikende urine kan ook duiden op een urineweginfectie. Soms is antibiotica nodig. Raadpleeg een dierenarts.

Poep onderzoek

Het is niet vreemd als het diertje een tijd niet poept. De meeste dieren in nood laten hun ontlasting meteen lopen, dus dat kan ook gebeurd zijn toen het jong in de problemen kwam. Bovendien is het mogelijk dat het dier langere tijd geen melk heeft gehad. Door uitdroging wordt ook de poep in de darmen harder, en kunnen er verstoppingen ontstaan.
Vocht geven is altijd een goed idee.

  • Bewaar wat poep in een schoon bakje of boterhamzakje. Een simpele test bij de dierenarts kan bepalen of het dier parasieten in de darmen heeft.
  • Zwarte teer-achtige poep kan duiden op bloed in de ontlasting. Leg een beetje poep op een nat keukenpapiertje. Kleurt het papier rood? Dan zit er bloed in de ontlasting. Raadpleeg een dierenarts. Bloed in de ontlasting kan komen door een trauma van de buik/ingewanden of door vergiftiging.
  • Donkere poep kan er ook op duiden dat de baby lang niet heeft gegeten of melk heeft gedronken. Vaak zie je dat het diertje dan ook sterk vermagerd en verzwakt is. Een vermagerd diertje kan geen voedsel opnemen als het is uitgedroogd. Eerst moet het vochtgehalte op peil gebracht worden met ORS en/of onderhuidse infusen, voordat je gaat voeden.
  • Als de poep er vreemd uitziet, diarree-achtig is, slijm bevat of een afwijkende kleur of geur heeft, laat het onderzoeken door een dierenarts en behandel het dier volgens het advies van de dierenarts.

Schrijf alles op

Schrijf af je bevindingen netjes en duidelijk op. Dit is waardevolle informatie voor een dierenarts of dierenopvangcentrum.