Wanneer je op zoek gaat naar de samenstelling van moedermelk van een diersoort, kom je vaak tabellen tegen met percentages voor eiwit, vet en koolhydraten. Dat lijkt heel precies. Toch is het belangrijk om te beseffen dat deze cijfers vrijwel nooit een vaste waarde zijn.
Net als bij mensen is de samenstelling van moedermelk geen recept dat altijd hetzelfde blijft. De melk verandert gedurende de lactatie en verschilt bovendien tussen individuele moederdieren. Bij veel wilde diersoorten komt daar nog een extra uitdaging bij: er zijn simpelweg weinig melkmonsters onderzocht.
Van sommige diersoorten zijn maar enkele melkmonsters bekend
Van melkkoeien en geiten zijn in de loop der jaren duizenden melkmonsters onderzocht. Daardoor weten we vrij nauwkeurig hoe de melk gemiddeld is samengesteld en hoe deze gedurende de lactatie verandert.
Bij veel wilde diersoorten is de situatie heel anders.
Van sommige soorten zijn slechts enkele melkmonsters ooit geanalyseerd. Soms zijn deze afkomstig van één moederdier, een dierentuin of een wildopvangcentrum. Vaak is zelfs niet bekend in welk stadium van de lactatie de melk werd verzameld of hoe representatief het monster was.
Wetenschappers wijzen er daarom op dat de beschikbare cijfers vooral bedoeld zijn als algemene richtlijn en niet als een exacte beschrijving van de moedermelk van een diersoort.
Moedermelk verandert tijdens de lactatie
De eerste melk na de geboorte (biest of colostrum) heeft een heel andere samenstelling dan de melk die enkele weken later wordt geproduceerd. Bij veel zoogdieren bevat de eerste melk meer eiwitten en afweerstoffen. Naarmate het jong groeit, verandert ook de voedingsbehoefte. De melk past zich daarop aan en de verhouding tussen vet, eiwit en lactose verandert geleidelijk mee. Wanneer twee onderzoeken melk op verschillende momenten van de lactatie analyseren, kunnen de gevonden percentages dus behoorlijk verschillen.
Iedere moeder produceert iets andere melk
Ook tussen gezonde moederdieren van dezelfde soort bestaat natuurlijke variatie. Leeftijd, genetische aanleg, conditie, gezondheid en voeding kunnen allemaal invloed hebben op de samenstelling van de melk. Dat is niet vreemd; ook bij mensen verschilt moedermelk van moeder tot moeder. Er bestaat daarom niet één perfecte samenstelling die voor alle dieren van een soort geldt.
Waarom verschillende bronnen verschillende cijfers noemen
Soms lijkt het alsof wetenschappelijke publicaties elkaar tegenspreken. De ene bron noemt bijvoorbeeld een hoger eiwitgehalte dan de andere, of juist een lager vetpercentage. Dat betekent niet automatisch dat één van beide fout is. Vaak zijn de verschillen te verklaren doordat:
- de melk in een ander stadium van de lactatie is verzameld;
- verschillende moederdieren zijn onderzocht;
- het onderzoek gebaseerd is op een klein aantal monsters;
- verschillende analysemethoden zijn gebruikt.
Wanneer alle beschikbare onderzoeken naast elkaar worden gelegd, ontstaat meestal een goed beeld van de waarschijnlijke bandbreedte van de natuurlijke melk.
Daarom spreken wij liever over een bereik
Bij Melk voor Dieren vergelijken we zoveel mogelijk wetenschappelijke publicaties voordat we voedingswaarden publiceren. We proberen daarbij niet één onderzoek als absolute waarheid te beschouwen, maar zoeken naar de overeenkomsten tussen verschillende studies. Dat betekent niet dat de cijfers onnauwkeurig zijn. Integendeel: ze geven een goed beeld van de natuurlijke voeding van een diersoort. Maar de natuur laat nu eenmaal variatie zien, en die variatie hoort ook bij moedermelk.
Daarom zien we de samenstelling van moedermelk liever als een bereik dan als één exact percentage. Juist omdat de natuur variatie kent, is het verstandiger om te denken in een bandbreedte dan in één exact percentage. Handleidingen waar nu nog een vast percentage vet, eiwit en koolhydraten genoemd staat, zullen we in de loop der tijd aanpassen naar een range van waardes.
Wat betekent dit voor melkvervangers?
Een goede melkvervanger hoeft daarom niet exact dezelfde percentages eiwit, vet en koolhydraten te bevatten als één gepubliceerd melkmonster. Belangrijker is dat de voedingswaarde binnen de natuurlijke variatie van de diersoort past en aansluit bij de behoeften van het jong. Dat is ook de reden waarom verschillende melkvervangers soms allemaal succesvol kunnen worden gebruikt, ondanks verschillen in samenstelling.
Wetenschap blijft zich ontwikkelen
Er verschijnen nog steeds nieuwe onderzoeken naar de samenstelling van moedermelk van verschillende diersoorten. Naarmate meer melkmonsters beschikbaar komen, wordt ons beeld steeds completer. Daarom werken we de informatie op Melk voor Dieren regelmatig bij wanneer nieuwe wetenschappelijke gegevens beschikbaar komen.