Is geitenmelk beter te verteren dan koemelk?

Mythe, nuance en wat de wetenschap écht laat zien

De uitspraak “geitenmelk is beter verteerbaar dan koemelk” hoor je vaak. Bij pleeggezinnen, opvangcentra en dierenliefhebbers roept dit regelmatig de vraag op of overstappen op geitenmelk zinvol is wanneer een jong dier moeite heeft met koemelk. Maar klopt die claim eigenlijk wel?

Geitenmelk wordt vaak genoemd als alternatief voor koemelk, vooral bij jonge of gevoelige dieren. Maar wat maakt geitenmelk anders? En betekent “anders” ook automatisch “beter te verteren”?

Het antwoord zit niet zozeer in wat geitenmelk bevat, maar in hoe de eiwitten zijn opgebouwd en worden verteerd.

In dit artikel leggen we uit waarom geitenmelk vaak anders wordt verdragen dan koemelk, en waarom ook bewerkte koemelk een geschikte basis kan zijn voor melkvervangers.

Om te beginnen: Wat wordt bedoeld met ‘verteerbaarheid’?

Verteerbaarheid is geen enkelvoudig begrip. Het beschrijft niet alleen of voeding wordt opgenomen, maar ook hoe het lichaam die voeding verwerkt. Daarbij spelen meerdere factoren een rol, waaronder:

  • de hoeveelheid en samenstelling van vet

  • de structuur van vetglobules

  • het vetzuurprofiel

  • de samenstelling en structuur van de eiwitten

  • de fysiologische rijpheid van het dier

Vertering: van maag tot lever

De vertering van melk verloopt in meerdere stappen.

In de maag stremt melk onder invloed van maagzuur en enzymen. De structuur van de melkeiwitten bepaalt daarbij of de melk stevig samenklontert of juist fijn verdeeld blijft. Deze eerste stap heeft grote invloed op hoe snel en gelijkmatig de vertering verder verloopt.

In de darmen worden eiwitten en vetten verder afgebroken tot kleinere bouwstenen, zoals aminozuren en vetzuren, die via de darmwand worden opgenomen.

Vervolgens komen deze voedingsstoffen terecht in de lever. De lever speelt een centrale rol in het verwerken, omzetten en verdelen van aminozuren en andere voedingsstoffen voor groei, onderhoud en energie. Bij pasgeboren dieren is deze leverfunctie nog niet volledig ontwikkeld. Enzymen die betrokken zijn bij de stofwisseling werken in deze fase minder efficiënt dan bij volwassen dieren.

Dat betekent dat niet alleen wat een dier binnenkrijgt belangrijk is, maar ook hoe snel en in welke vorm voedingsstoffen vrijkomen tijdens de vertering.

Geitenmelk en koemelk: opvallend vergelijkbaar

bron: The overall and fat composition of milk of various species

Wanneer de melk van geit en koe naast elkaar wordt gelegd, blijken de overeenkomsten groot:

  • Beide zijn melk van herkauwers

  • Daarom hebben ze een vergelijkbare:

    • energiewaarde

    • vetgehalte

    • lactosegehalte

    • eiwitgehalte

  • Beide bevatten duidelijk meer eiwit en minder lactose dan moedermelk van veel diersoorten.

Er zit weinig verschil tussen melk van verschillende herkauwers. De verschillen met bijvoorbeeld moedermelk van mensen, of melk van ezels en paarden, is een stuk groter.
Op macroniveau laat de wetenschap geen duidelijke aanwijzing zien dat geitenmelk lichter of sneller verteert dan koemelk.

Vetbolletjes: geen doorslaggevend verschil

Een veelgehoorde verklaring is dat geitenmelk kleinere vetbolletjes zou hebben. In het artikel The overall and fat composition of milk of various species worden vetglobules van verschillende diersoorten vergeleken.



Wat blijkt:

  • De kleinste vetglobules worden gevonden bij niet-herkauwers zoals paard en ezel

  • De grootste vetglobules bij buffelmelk

  • Geit, koe en schaap bevinden zich in dezelfde middenrange

Er is dus geen structureel verschil aangetoond dat geitenmelk op dit punt beter verteerbaar maakt dan koemelk.

Vetzuurprofiel: ook hier geen fundamenteel voordeel

Ook het vetzuurprofiel van geiten- en koemelk blijkt sterk op elkaar te lijken:

  • beiden hebben een relatief hoog aandeel verzadigde vetzuren

  • beiden hebben een laag aandeel meervoudig onverzadigde vetzuren

  • koemelk en geitenmelk zijn duidelijk verschillend van niet-herkauwersmelk (zoals paard, ezel en buffel) en moedermelk van mensen

De grote nutritionele verschillen die het artikel beschrijft, lopen tussen herkauwers en niet-herkauwers, niet tussen koe en geit.



Het verschil zit in de melkeiwitten

Zowel geitenmelk als koemelk bevatten hoogwaardige eiwitten en essentiële aminozuren. Toch gedragen deze eiwitten zich anders tijdens de vertering. Het belangrijkste melkeiwit is caseïne. Dit is geen enkel eiwit, maar een groep eiwitten die samenklonteren tot kleine structuren. De samenstelling van deze caseïnes verschilt per diersoort.

bron: Isolation, molecular and biochemical characterization of goat milk casein and its fractions.

 

  • Koemelk bevat van nature relatief veel αs-caseïne

  • Geitenmelk bevat van nature relatief veel β-caseïne

Dat verschil heeft invloed op hoe melk zich in de maag gedraagt:

  • αs-caseïne kan zorgen voor stevigere, compactere stolsels

  • β-caseïne stremt zachter en fijner

Geitenmelk, met meer β-caseïne, blijft daardoor vaak losser verdeeld. Dit maakt het voor het spijsverteringsstelsel makkelijker om de eiwitten gelijkmatig af te breken.

Voor jonge dieren — waarvan maag en darm nog in ontwikkeling zijn — kan dit verschil duidelijk merkbaar zijn.

Aminozuren: niet meer, maar anders aangeboden

Een veelgehoorde misvatting is dat geitenmelk “betere” of “rijkere” aminozuren zou bevatten dan koemelk. In werkelijkheid zijn de totale aminozuurprofielen vergelijkbaar.Het verschil zit in de vrijgave tijdens de vertering.

Door de andere eiwitstructuur komen aminozuren uit geitenmelk vaak geleidelijker beschikbaar. Dat kan zorgen voor:

  •  minder piekbelasting

  • een rustiger verteringsproces

  • betere verdraagbaarheid

Onderzoek laat bovendien zien dat de verhouding tussen bepaalde aminozuren in geitenmelk dichter bij die van (mensen)moedermelk ligt dan bij koemelk. Dat sluit beter aan bij de stofwisseling van jonge dieren.

Wat betekent dit voor melkvervangers voor dieren?

Melkvervangers voor dieren zijn vaak op basis van koemelk. Koemelk is niet altijd hetzelfde: de bewerking maakt verschil.

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen koemelk zoals die rechtstreeks uit de koe komt en koemelkbestanddelen die worden gebruikt in melkvervangers voor dieren.

Melkvervangers maken geen gebruik van simpele gedroogde koemelk. De melkeiwitten kunnen op verschillende manieren worden geselecteerd en bewerkt, bijvoorbeeld door:

  • het aanpassen van de verhouding tussen verschillende melkeiwitten

  • het verminderen van bepaalde caseïnefracties

  • of het gedeeltelijk voorbewerken van eiwitten zodat ze makkelijker afbreekbaar zijn

Door deze bewerkingen kan een melkvervanger op basis van koemelk een veel milder verteringsprofiel hebben dan verse koemelk. De eigenschappen van de eiwitten worden daarbij afgestemd op de behoeften van jonge dieren, waarvan maag, darmen en lever nog niet volledig zijn ontwikkeld.



Wat betekent dit in de praktijk?

Melkvervangers op basis van geitenmelk zijn niet automatisch “beter” dan melkvervangers op basis van koemelk. Maar de natuurlijke eigenschappen van geitenmelkeiwitten verklaren wel waarom melkvervangers op basis van geitenmelk vaak makkelijker worden verdragen.

Bij het kiezen van een melkvervanger is daarom niet alleen de diersoort van de melk belangrijk, maar vooral:

  • het type melkeiwit

  • de verhouding tussen verschillende caseïnes

  • hoe deze eiwitten zijn verwerkt

Een goed samengestelde melkvervanger houdt rekening met de vertering van jonge dieren, niet alleen met voedingswaarden op papier.

 

 

We staan voor je klaar

We streven ernaar binnen enkele uren te antwoorden. Ook in het weekend.

+31 (0)6 245 257 34

Contact

info@melkvoordieren.nl 
Zuidhoek 205e
3082 PH Rotterdam
Nederland

Webshop

shop.melkvoordieren.nl
Alles wat je nodig hebt om je dier groot te brengen. We adviseren je graag. Bestel online of haal af.

Bankgegevens

IBAN: NL50TRIO0212118447 

BIC:TRIONL2U 

KvK-nummer: 53273958 

BTW-id: NL002013367B49