Mythe, nuance en wat de wetenschap écht laat zien
De uitspraak “geitenmelk is beter verteerbaar dan koemelk” hoor je vaak. Bij pleeggezinnen, opvangcentra en dierenliefhebbers roept dit regelmatig de vraag op of overstappen op geitenmelk zinvol is wanneer een jong dier moeite heeft met koemelk. Maar klopt die claim eigenlijk wel?
Een uitgebreid wetenschappelijk review, waarin de samenstelling en vetstructuur van melk van verschillende zoogdieren wordt vergeleken, biedt een helder kader om deze vraag te beantwoorden
bron: The overall and fat composition of milk of various species -
Wat wordt bedoeld met ‘verteerbaarheid’?
Verteerbaarheid is geen enkelvoudig begrip. Het wordt beïnvloed door:
-
de hoeveelheid en samenstelling van vet
-
de structuur van vetglobules
-
het vetzuurprofiel
-
de eiwitsamenstelling
-
de fysiologische rijpheid van het dier
Het besproken artikel richt zich vooral op globale samenstelling en vetstructuur. Juist daar wordt vaak aangenomen dat geitenmelk gunstiger zou zijn dan koemelk.
Geitenmelk en koemelk: opvallend vergelijkbaar
Wanneer de melk van geit en koe naast elkaar wordt gelegd, blijken de overeenkomsten groot:
-
Beide zijn melk van herkauwers
-
Daarom hebben ze een vergelijkbare:
-
energiewaarde
-
vetgehalte
-
lactosegehalte
-
eiwitgehalte
-
-
Beide bevatten duidelijk meer eiwit en minder lactose dan moedermelk van veel diersoorten.
Er zit weinig verschil tussen melk van verschillende herkauwers. De verschillen met bijvoorbeeld moedermelk van mensen, of melk van ezels en paarden, is een stuk groter.
Op macroniveau laat de wetenschap geen duidelijke aanwijzing zien dat geitenmelk lichter of sneller verteert dan koemelk.
Vetbolletjes: geen doorslaggevend verschil
Een veelgehoorde verklaring is dat geitenmelk kleinere vetbolletjes zou hebben. In het reviewartikel worden vetglobules van verschillende diersoorten vergeleken.
Wat blijkt:
-
De kleinste vetglobules worden gevonden bij niet-herkauwers zoals paard en ezel
-
De grootste vetglobules bij buffelmelk
-
Geit, koe en schaap bevinden zich in dezelfde middenrange
Er is dus geen structureel verschil aangetoond dat geitenmelk op dit punt beter verteerbaar maakt dan koemelk.
Vetzuurprofiel: ook hier geen fundamenteel voordeel
Ook het vetzuurprofiel van geiten- en koemelk blijkt sterk op elkaar te lijken:
-
relatief hoog aandeel verzadigde vetzuren
-
laag aandeel meervoudig onverzadigde vetzuren
-
duidelijk verschillend van niet-herkauwersmelk (zoals paard, ezel en buffel) en moedermelk van mensen
De grote nutritionele verschillen die het artikel beschrijft, lopen tussen herkauwers en niet-herkauwers, niet tussen koe en geit.
Waar komt het idee dan vandaan?
Dat sommige dieren (of mensen) geitenmelk beter lijken te verdragen, is niet per se onjuist — maar de verklaring ligt waarschijnlijk niet in vet of lactose.
De meest waarschijnlijke oorzaak is:
-
verschillen in eiwitfracties, met name caseïne
-
individuele gevoeligheid voor specifieke melkeiwitten
Dit aspect valt grotendeels buiten de scope van het besproken artikel, maar is bekend uit andere studies. Het betekent vooral dat een betere tolerantie persoonlijk en situationeel is, en geen algemene eigenschap van geitenmelk.
Wat betekent dit voor jonge en kwetsbare dieren?
Voor jonge dieren — zeker weesdieren of dieren met een kwetsbare spijsvertering — is het belangrijk om verder te kijken dan “koe of geit”.
Belangrijk om te onthouden:
-
Geitenmelk is geen universeel lichter verteerbaar alternatief
-
Bij een échte koemelkeiwitallergie is geitenmelk meestal geen veilige oplossing. Omdat de melkeiwitten van geit en koe sterk op elkaar lijken, herkent het immuunsysteem van een dier met echte koemelkeiwitallergie die eiwitten vaak als hetzelfde probleem-eiwit. Dat heet kruisreactiviteit.
Gevolg:
➡️ geitenmelk triggert bij veel dieren die allergisch zijn voor koemelk, dezelfde allergische reactie bij geitenmelk. -
Gelukkig komt een koemelk-allergie bij dieren niet vaak voor.
Conclusie
De wetenschap ondersteunt niet de algemene claim dat geitenmelk beter verteerbaar is dan koemelk. De verschillen tussen de melkpoeders zijn zeer klein. Op basis van samenstelling en vetstructuur lijken beide melksoorten sterk op elkaar. Wanneer geitenmelk beter wordt verdragen, ligt dat waarschijnlijk aan individuele eiwitreacties, niet aan een fundamenteel verschil in melkstructuur.
Voor jonge dieren blijft een zorgvuldig samengestelde, soortspecifieke melkvervanger in de meeste gevallen de veiligste en meest betrouwbare keuze.