Artikelen over de gezondheid

van jonge dieren

De eerste 24 uur. Hoe zorg je voor een jong dier?

De eerste 24 uur: hoe zorg je voor een jong dier?

De beste tips voor als je net een jong dier hebt gevonden, of als de moeder net is overleden.

Wacht met melk geven. Eerst stabiliseren

De meeste mensen zijn geneigd om zo snel mogelijk melk te geven aan een moederloos diertje, maar je kunt er beter even mee wachten. Wanneer een diertje gestrest, onderkoeld of uitgedroogd is, werkt het spijsverteringsstelsel niet goed. Melk geven werkt dan alleen maar averechts. Lees eerst deze pagina, voordat je aan de slag gaat.

Weeg de diertjes, noteer hun gewicht en geef ze allemaal een verschillende markering met een stipje nagellak. Controleer wilde dieren ook op parasieten zoals teken en maden.Jonge dieren kunnen nog niet zelfstandig poepen en plassen. Daarom moet je met een nat wattenstaafje of vochtig toiletpapier zachtjes de buikjes masseren van de navel naar de anus. Totdat ze dit zelf kunnen, zul je dit na elke maaltijd moeten herhalen.

Zorg dan voor een rustige, warme omgeving en laat de diertjes goed op temperatuur komen. (Maar het mag ook niet té heet zijn. Nooit warmer dan 37 graden). Ondertussen kun je de spullen gaan regelen die je nodig hebt voor de voeding. Bij een apotheek kun je een spuitje van 1 ml (zonder naald) en elektrolyten kopen. Dat is wat je minimaal nodig hebt om de eerste 24 uur door te komen. Ook als je van plan bent om het diertje naar een gespecialiseerde opvang te brengen, kun je hiermee de overlevingskansen voor het diertje sterk vergroten. Ook 's nachts en in het weekend is er altijd wel een apotheek die open is.

Soorten spuitjes

Er zijn veel verschillende soorten spuitjes. Als je de keus hebt, kies dan voor een O-ring spuitje. Deze lopen het meest soepel, en dit voorkomt 'doorschieten' en verslikking.
Andere spuitjes hebben een groter rubberen zuigertje, of helemaal geen rubber erin. Die zonder rubber zijn het minst geschikt voor jonge dieren. Maar als je niets anders kunt vinden, zul je er heel voorzichtig mee moeten voeren.

Kies om te beginnen de kleinste maat. Meestal is dit 1 ml. Hoe kleiner de maat van het spuitje, hoe nauwkeuriger je kunt voeren. Het diertje moet in het begin nog wennen aan gevoerd worden, en zal zich gemakkelijk verslikken als het te snel gaat. Als er voeding in de longen komt door het verslikken, kan er gemakkelijk een longontsteking ontstaan.

RehydrationElektrolytenoplossing ORS als eerste voeding

Een elektrolytenoplossing bestaat uit verschillende suikers en zouten die zijn opgelost in water. Een elektrolytenoplossing is ideaal als eerste voeding voor moederloze dieren. Elektrolytenoplossingen zijn onder verschillende merknamen verkrijgbaar. De bekendste zijn ORS, Orisel en Rehydration.

Voordelen voor de verzorger:

  • goedkoop
  • makkelijk verkrijgbaar (ook 's nachts bij een huisartsenpost of ziekenhuisapotheek)
  • geschikt voor alle diersoorten
  • gemakkelijk aan te maken
  • je mag er zoveel van geven als het dier wil hebben
  • lang houdbaar, ideaal om voor nood op voorraad te hebben.

Voordelen voor het dier:

  • helpt bij uitdroging (bij extreme uitdroging is onderhuids infuus ook aan te bevelen)
  • geeft energie en vult belangrijke zouten aan in het lichaam
  • smaakt vaak erg lekker voor het dier
  • helpt bij het stabiliseren van het dier
  • helpt bij het leren drinken uit een speentje
  • vermindert het risico op longontstekingen

Vooral de laatste twee punten wordt vaak onderschat. Een jong, verzwakt dier kan niet makkelijk uit een spuitje met speentje drinken. Het kan zich dan makkelijk verslikken. Er komt dan voeding in de longen, die weer worden uitgehoest en geproest. Melkvoeding is plakkerig en bij verslikking kunnen er melkdeeltjes in de longen achterblijven, waardoor er een longontsteking kan ontstaan.
Wanneer een diertje zich verslikt in een elektrolyten-oplossing, is dat lang niet zo schadelijk als melkvoeding. Daarom is het ideaal om altijd met een elektrolyten-oplossing te beginnen. Ook als een dier rechtstreeks van de moeder komt, en niet of nauwelijks is uitgedroogd.

Je kunt ORS ook zelf maken! Lees hier meer over ORS en hoe je het zelf kunt maken.

Helpt bij uitdroging en stabiliseren

Een diertje dat gestresst, ernstig ondervoed en uitgedroogd is, kan een gewone melkvoeding niet goed verteren. Daarom krijgt het dier de eerste 24 uur een elektrolytenoplossing om het lichaam van voldoende vocht te voorzien. Bij ernstige uitdroging is een onderhuids infuus (door de dierenarts) zeker ook aan te bevelen!

Tip: trek voorzichtig het nekvelletje tussen duim en wijsvinger omhoog en laat het weer los. Wanneer de huid niet binnen 1 seconde terugveert, is het diertje uitgedroogd. Blijf elektrolyten geven totdat het verholpen is en stap dan pas langzaam over op melkvoeding. Ook als dit langer dan 24 uur duurt.

De eerste 24 uur krijgen jonge zoogdieren een elektrolytenoplossing om het lichaam van voldoende vocht te voorzien. Het helpt ook de darmen bij de overgang van moedermelk naar andere melk. Veel jonge dieren vinden de smaak erg lekker en hierdoor wennen ze ook aan het drinken uit een spuitje.

Elektrolyten-oplossing aan een diertje geven

Was van tevoren je handen en werk zo hygiënisch mogelijk. Jonge dieren zijn erg bevattelijk voor de ziektekiemen op onze handen.

Maak de oplossing aan zoals op de verpakking staat aangegeven. Warm de benodigde hoeveelheid au-bain-marie op tot een temperatuur van ongeveer 38 graden. Probeer een beetje op je lip. Het moet aangenaam warm aanvoelen, maar mag niet branden. Zuig de oplossing op in een spuitje. Wanneer je ook een speentje hebt, zet je dat op het spuitje.

Wikkel een diertje in een doekje. Zo blijft het lekker warm, kan het niet wegglippen en als je knoeit kun je het meteen wegvegen. Hele jonge dieren die de oogjes nog niet open hebben, kun je het beste 45 graden achterover vasthouden. Diertjes die zelfstandig kunnen staan, houd je gewoon rechtop. Steek de punt van het spuitje of speentje voorzichtig in de bek. Vaak gaat het gemakkelijker bij een mondhoek. Spuit zeer langzaam en voorzichtig de vloeistof druppel voor druppel in het bekje. Pas op dat het diertje zich niet kan verslikken. Wanneer er vocht in de longen komt, kan er longontsteking ontstaan. Heb geduld. De eerste paar dagen gaan de voedingen altijd erg lastig, maar al snel krijgen ze het door en zullen ze sneller drinken.

Geef zoveel elektrolytenoplossing als het diertje wil drinken. Dit kan variëren van 0,1 ml voor een jonge muis, tot 3 ml per keer voor een jong konijntje. Vaak gaat het de eerste dag erg lastig, en zul je zelfs bij een konijn slechts 0,5ml per voeding naar binnen krijgen. Bied om het uur weer een nieuwe voeding aan, ook 's nachts.

Pas na 12 tot 24 uur, als het diertje voldoende is bijgekomen, stap je over op melkvoeding.

Stimuleer de ontlasting voor en na elke voeding

Help zeer jonge dieren voor en na elke voeding met plassen door met een vochtig doekje of wattenstaafje over de buik richting de anus te wrijven.
Drinken met een volle blaas is lastig, dus daarom moet je het voor de voeding doen. En na een voeding wil een jong dier vaak ook nog graag even poepen of plassen.

Zorg ervoor dat de lichaamstemperatuur van het jonge dier op peil is

Lees meer over huisvesting en warmte

Zo voer je een jong dier

Zo voer je een jong dier

Gewicht en voeding

Weeg de diertjes elke dag en noteer het gewicht in een voedingsschema.  Gebruik bij voorkeur een weegschaal die per 1 of 2 gram nauwkeurig weegt.

Tip voor kleine beweeglijke diertjes: Leg een schone sok op de weegschaal en druk op Tare (de weegschaal springt op nul). Laat dan het diertje in de sok kruipen en weeg het met sok en al. De weegschaal geeft nu het gewicht van alleen her diertje.
 
Meer informatie over dieren wegen, vind je op:  Hoe weeg je een dier?

De hoeveelheid melk die je moet geven hangt af van het gewicht. Voor elk diersoort vind je in het bijbehorende hoofdstuk een tabel met de hoeveelheid melk je moet geven. Vooral de eerste dagen kan het handig zijn om de diertjes voor en na de voeding te wegen. Je kunt dan precies zien hoeveel melk ze binnen hebben gekregen.

Hygiëne

Het is erg belangrijk hygiënisch te werken. De jonge dieren krijgen geen afweerstoffen binnen en kunnen dus sneller ziek worden. Poep is niet erg, daar kunnen ze tegen, maar er kunnen op je handen allerlei ziektekiemen zitten waar het diertje flink ziek van kan worden. Was je handen daarom altijd voordat je gaat beginnen. Maak de melk aan in een schone beker en zet het na gebruik afgedekt in de koelkast. Bewaar een elektrolytenoplossing maximaal 8 uur in de koelkast. Melk kun je maximaal 24 uur bewaren in de koelkast.

Het beste bewaar je melk in een schoon spuitje met een afsluitdopje in de koelkast. Je kunt met kleine spuitjes meerdere porties klaarleggen.

De o-ring spuitjes, afsluitdopjes, rubberen of siliconen speentjes kun je allemaal uitkoken in een pannetje water.

Lees hier meer tips en trucs voor hygienisch melk aanmaken en het uitkoken van spuitjes en speentjes

Melk aanmaken

Maak de melk aan zoals het op de verpakking of in de handleiding op deze site aangegeven staat. Onderzoek heeft aangetoond dat het beter is om de melk minimaal 4 uur van te voren aan te maken en te bewaren in de koelkast. De melkpoeder neemt dan meer vocht op en dit maakt de melk beter verteerbaar.
Verwarm de melk au-bain-marie of in een babymelkwarmer tot ongeveer 38 graden (probeer het uit op je eigen lip, het mag niet heet aanvoelen). Maak niet teveel melk aan. Melk dat je over houdt kan maximaal 24 uur bewaard worden in de koelkast.

Tip: Alleen wanneer de diertjes hard zuigen aan het speentje en het spuitje binnen enkele seconden leeg is, kun je overstappen op een groter spuitje of flesje.

Begin altijd met een 1 ml o-ring spuitje omdat deze langzaam druppelt. Zuig zoveel melk op als nodig is, en plaats daarna het speentje over het spuitje.

Melk geven

 

Het geven van de melk gaat hetzelfde als de elektrolytenoplossing. Wikkel een diertje in een doekje. Zo blijft het lekker warm, kan het niet wegglippen en als je knoeit kun je het meteen wegvegen. Hele jonge dieren die de oogjes nog niet open hebben, kun je het beste 45 graden achterover vasthouden. (Het diertje op de foto hieronder wordt iets te ver achterover gehouden). Diertjes die zelfstandig kunnen staan, houd je gewoon rechtop.

Zo geef je melk aan een diertje dat nog niet kan staan.Zo geef je melk aan een diertje dat wel zelfstandig kan staan.

Steek de punt van het spuitje of speentje voorzichtig in de bek. TIP: Als er melk uit de neus komt gaat de vloeistof te snel: laat de vloeistof dan langzamer in het bekje stromen.Vaak gaat het gemakkelijker bij een mondhoek. Spuit zeer langzaam en voorzichtig de vloeistof druppel voor druppel in het bekje. Pas op dat het diertje zich niet kan verslikken. Wanneer er vocht in de longen komt, kan er longontsteking ontstaan. Heb geduld. De eerste paar dagen gaan de voedingen altijd erg lastig, maar al snel krijgen ze het door en zullen ze sneller drinken.

Het diertje kan vaak het beste op de speen zuigen als je de speen richting het gehemelte wijst. Dan kan het de tong goed om de speen leggen en zelf zuigen.

Wanneer het dier zelf zuigt aan de speen, hoef je niet meer op de achterkant van de spuit te drukken. Het dier zal het spuitje zelf leegzuigen. Wanneer dit goed gaat, kun je overstappen naar een flesje met speentje, maar dat hoeft niet.

Na de voeding

Vooral in het begin zal er veel melk morsen. Maak de vacht goed schoon met een vochtig doekje. Doe je dit niet meteen na de voeding, dan ontstaan er nare korsten en rode plekken op de huid. Restjes melk in de vacht zijn een goede voedingsbodem voor schimmels en bacteriën.

Zeer jonge dieren kunnen nog niet zelfstandig poepen en plassen. Daarom moet je met een nat wattenstaafje of vochtig toiletpapier zachtjes de buikjes masseren van de navel naar de anus. Totdat ze dit zelf kunnen, zul je dit na elke maaltijd moeten herhalen. Ze hoeven niet na elke maaltijd te poepen, maar een plasje moeten ze wel bijna altijd doen. Wanneer je merkt dat ze zelfstandig gaan plassen in hun verblijf, hoef je ze niet meer te helpen.

Tip: de ontlasting bij jonge egels is vaak groen van kleur. Dit is normaal.
 
Spoel de speentjes en spuitjes goed af, zodat melkresten niet gaan aankoeken. Bewaar de speentjes en spuitjes en kook ze goed uit voordat je ze opnieuw gebruikt.

Kleur van de poep

De keutels van het dier horen bruin of zwart te zijn (behalve bij egels). Soms kan de kleur afwijken. Raadpleeg een deskundige of dierenarts voor advies.

  • Witte of lichtbruine poep:
    De melk wordt niet goed verteerd en deels weer uitgepoept. Je geeft waarschijnlijk teveel melk per voeding, het dier is onderkoeld, of er is een probleem in de darmen. Geef minder melk of stap een halve dag terug op elektrolyten, zodat de darmen weer tot rust kunnen komen. Overleg met een dierenarts of andere deskundige.
  • Gelige poep:
    Dit kan erop duiden dat er niet genoeg bacteriën in de darmen zijn. Meng een paar dagen wat probiotica door de voeding. Overleg met een dierenarts of andere deskundige.
  • Slijmerige poep:
    Dit duidt mogelijk op een ontsteking in de darmen. Raadpleeg een deskundige dierenarts.

 

Benodigdheden

Benodigdheden om jonge dieren mee groot te brengen

Wanneer je een dier met de hand groot gaat brengen, zul je een aantal dingen nodig hebben. Voor alle dieren heb je (vrijwel) dezelfde dingen nodig. Alleen de melk kan per soort verschillen. Welke melk de juiste is voor jouw dier, staat genoemd in het hoofdstuk van het betreffende diersoort. De meeste benodigdheden zijn bij de apotheek of drogist te koop. En alle artikelen kun je ook via de webshop bestellen. Je hebt het dan in de meeste gevallen de volgende dag in huis.

Voor de eerste 24 uur heb je minimaal een ORS elektrolytenoplossing en een spuitje van 1ml nodig. Deze zijn te koop bij de apotheek en dierenarts. Of gebruik Rehydration.
Wat is ORS en hoe maak je het?

Spuitjes

(1ml, 2ml en voor grotere dieren ook 10ml)

Zorg voor spuitjes waarmee je zo soepel en gedoseerd mogelijk kunt spuiten. Spuitjes met een dikke rubberen ring glijden na een paar keer niet meer zo soepel, waardoor de melk er met horten en stoten uit kan schieten. De spuitjes van het merk Codan® hebben een zeer klein rubberen ringetje en zijn erg geschikt voor melkvoedingen.


Begin altijd met een 1ml spuitje, omdat deze langzamer druppelt. Grotere spuitjes laten de vloeistof te snel door. Gebruik nooit een flesje voor knaagdieren, ook al staat er op de verpakking dat het speciaal ontwikkeld is voor jonge dieren. Voor kleine diersoorten zijn ze absoluut ongeschikt: de juiste hoeveelheid melk is niet af te lezen en de dieren krijgen veel te veel voeding in een keer binnen.

Speentjes

Original Miracle Nipple met o-ring spuitjeBij de dierenwinkel, dierenarts en onze webshop zijn diverse speentjes te koop. Kies er eentje van rubber of silicone met een klein spits puntje.
Als je geen speentje kunt vinden, zijn er alternatieven:

Je kunt altijd rechtstreeks uit een spuitje of pipet voeren, maar veel dieren vinden zo'n harde punt niet fijn.
Hele kleine dieren, zoals muizen en hamsters, kun je ook voeren met een penseel. Doop de penseel in de melk, en laat het jong erop sabbelen.
Voor grotere dieren (kittens, pups, etc) wordt ook wel eens een (schoon!) makeup-sponsje gebruikt. Knip er een reepje vanaf en doop dat in melk. Knijp erin en laat het volzuigen met melk. En laat dan het dier erop sabbelen. Het nadeel hiervan is dat er mogelijk veel lucht mee naar binnen wordt gezogen.

Voor grote dieren kan vaak ook een babyspeen gebruikt worden.
Op de website van Boerenwinkel kun je veel verschillende soorten spenen en flessen vinden voor grote dieren.

Weegschaal

De hoeveelheid melk die je moet geven hangt af van het gewicht van het dier.
Zorg bij kleine dieren voor een keukenweegschaal of brievenweger die per 1 of 2 gram nauwkeurig weegt.

Grotere dieren kun je op een personenweegschaal wegen.

Hoe weeg je een dier?

Melk

De melk die je nodig hebt, is afhankelijk van het diersoort. Zoek op de betreffende pagina welke melk je het beste kunt gebruiken. Gebruik nooit koemelk (behalve voor kalfjes), want veel diertjes kunnen diarree krijgen van de lactose in de koemelk. Meer over: lactose intolerantie bij jonge dieren
Sommige melk is in een vloeibare of poedervariant te koop. Neem altijd het poeder, want die is makkelijker te doseren en blijft na het openen veel langer goed dan vloeibare melk.

Maatschepjes

Tip: zelfs een dopje van een limonadefles kan als maatschepje dienen!

Een (keuken)maatschepje van 5ml of 10ml of een eenpersoons koffieschepje kan prima dienst doen als maatschepje voor de melk en het water. Wanneer er in een melkrecept wordt gesproken over 'delen' worden hiermee afgestreken maatschepjes bedoeld. Dus geen bergje melkpoeder op het schepje.

Welke maat je schepje heeft maakt voor het recept niet uit, maar maak niet teveel melk aan. Het is vaak maar 24 uur houdbaar in de koelkast.

Tips en trucs voor het aanmaken van melkpoeder

Warmtebron

De meeste jonge dieren hebben een warmtebron nodig omdat ze niet zelf hun lichaamstemperatuur op peil kunnen houden.
Lees er meer over in het artikel: Huisvesting en warmte

 

Al deze producten zijn te bestellen in onze webshop: https://shop.melkvoordieren.nl

Voor boerderij-dieren verwijzen we je graag naar Boerenwinkel.nl

Huisvesting en warmte

Huisvesting

Hele jonge dieren kun je gemakkelijk onderbrengen in een kartonnen doosje of plastic bak zonder deksel. Een klein kooitje met tralies waar ze niet doorheen kunnen is ook prima. Leg bij voorkeur een witte handdoek op de bodem. Dit is lekker warm en zacht, en bovendien kun je de urine en ontlasting goed in de gaten houden.

Wanneer het dier ouder is en meer rond gaat lopen, kun je hem in een kooi plaatsen waar ook volwassen exemplaren in gehouden kunnen worden. Kies voor dieren die kunnen klimmen een relatief lage kooi. Dan zullen ze niet zo hard vallen als het een keertje mis gaat.

Diertjes die de ogen open hebben, hebben ook een waterbakje nodig. Kies hiervoor een klein stevig bakje. Niet te groot, zodat ze er niet doorheen kunnen lopen. Een nat diertje koelt snel af. Een niervormig stenen bakje is ideaal, want daar kunnen ze makkelijk uit drinken, maar niet makkelijk in gaan staan.

Warmte

Jonge dieren zonder haartjes kunnen zichzelf nog niet warm houden. Normaal gesproken zitten ze lekker onder hun moeder en delen ze haar lichaamswarmte. Maak daarom een lekker warm nestje van natuurlijke warme materialen zoals hooi, wol, katoen, etc. Leg een buitenthermometer in het nest, zo kun je zien wat de temperatuur in het nest is. Een temperatuur van 37-39 graden is ideaal. Te warm is net zo schadelijk als te koud. Houd de temperatuur dus goed in de gaten.

Een onderkoeld jong verliest veel energie en kan zijn voeding niet goed verteren. Een goede omgevingstemperatuur is dus erg belangrijk. Idealiter gebruik je hiervoor een couveuse die ingesteld is op de lichaamstemperatuur van het dier (meestal rond 37 graden Celsius). Het is van groot belang dat je deze temperatuur constant houdt, want veel diersoorten kunnen in de eerste weken van hun leven hun lichaamstemperatuur niet zelf reguleren.

Couveuse voor jonge dierenBrinsea TLC broedmachine couveuse voor jonge dieren

De Brinsea TLC is een speciale couveuses voor jonge dieren. Ze zijn helemaal ontworpen met zowel het dier als de verzorger in gedachte. Je kunt de temperatuur nauwkeurig instellen, en de luchtvochtigheid aflezen. De ingaande lucht gaat door een luchtfilter en in de couveuse is een lichte overdruk, zodat ziektekiemen niet via andere wegen naar binnen kunnen komen. Door de heldere glazen deur kun je het dier goed in de gaten houden. En uiteraard is de couveuse heel goed te reinigen.

Een (tweedehands) couveuse voor baby's is natuurlijk ook geschikt voor dieren.

Couveuses zijn vrij prijzig, maar is het wel een heel fijn apparaat om te gebruiken. We verhuren ook kleine couveuses. Bekijk onderstaand filmpje of stuur ons een email voor meer informatie.

Opties als je geen couveuse hebt:

Heb je geen couveuse, dan kun je aan de zijkant van het nest een warmtebron plaatsen. Sommige dieren hebben een voorkeur voor verwarming onderaf, of bovenaf. Dit staat in de soortspecifieke handleidingen beschreven.
Zorg ervoor dat de de jongen zelf kunnen kiezen of ze bij de warmtebron willen liggen of niet. Er zijn verschillende opties, met allemaal hun eigen voor- en nadelen.

Elektrische warmtemat met thermostaat:

Kat op een warmtematjeElektrische warmtematjes met een thermostaat zijn ideaal om te gebruiken voor jonge dieren. Je kunt op de graad nauwkeurig instellen hoe warm het matje moet worden.Dat is heel handig, want pasgeboren dieren hebben vaak een hogere temperatuur nodig dan oudere jonkies.

De ideale omgevingstemperatuur voor kittens van 1 week: 30 graden celcius.
De ideale omgevingstemperatuur voor kittens van 2 weken: 27 graden celcius.
De ideale omgevingstemperatuur voor kittens van 3 weken: 24 graden celcius.
De ideale omgevingstemperatuur voor kittens van 4 weken: 21 graden celcius.

De meeste elektische warmtematjes voor dieren zijn afwasbaar, goed bestand tegen tandjes en urine, en kunnen 24 uur per dag aan blijven staan op de door jou gewenste temperatuur.

Elektische warmtematjes zijn verkrijgbaar in verschillende maten en prijsklassen.
Een matje met ingebouwde thermostaat van 20 x 35 cm (ongeveer A4-formaat)

De warmtemat van het plaatje hiernaast is 40x60cm

 

Kruik of limonadefles:

Dit is verreweg de goedkoopste oplossing. Een lege limonadefles kan al als kruik gebruikt worden.

Het grote nadeel van een kruik is de grote temperatuurschommelingen. In het begin zijn ze te heet, en al snel koelen ze af en onttrekken ze warmte aan de diertjes. Trek een oude sok om de kruik, zodat de jongen zich niet kunnen branden. En doe minimaal elke 2 uur nieuw warm water in de kruik (ook 's nachts).

Een ander nadeel is dat een kruik kan gaan lekken of stuk wordt gebeten.

Snugglesafe met Bruno kussen hoesSnugglesafe heat pad:

Deze schijf is speciaal ontwikkeld om jonge en zieke dieren mee warm te houden. De Snugglesafe blijft urenlang op een aangename temperatuur, is knaagbestendig, afwasbaar en veilig in gebruik. Door de platte vormgeving van de Snugglesafe kunnen de dieren er lekker bovenop liggen.

Bij de Snuggelsafe zit een zachte wasbare hoes voor extra comfort. En er zijn ook speciale warmtekussen verkrijgbaar die je om de Snugglesafe kunt doen.

Tip: een temperatuur tussen de 28 en 36 graden is ideaal. Hoe minder beharing, hoe hoger de temperatuur moet zijn. Leg een thermometer bij de jongen om de temperatuur in de gaten te kunnen houden.

De Snugglesafe heat pad is te koop in onze webshop.

Infraroodlamp:

infrarood warmtematjeJe kunt ook een infraroodlamp gebruiken voor extra warmte. Zorg ervoor dat de lamp slechts op een gedeelte van het verblijf gericht is en dat de diertjes zich ook terug kunnen trekken naar een koelere zone.

Een keramische infraroodlamp is beter dan een 'gewone' infraroodlamp die rood licht uitstraalt. Maar ook duurder.

Infrarood warmtematje:

Er zijn ook diverse infrarood warmtematjes verkrijgbaar. Het grote voordeel is de constante temperatuur.
Nadeel is dat ze meestal niet wasbaar en niet knaagbestendig zijn. Dit is op te lossen door het warmtematje onder de plastic bak te leggen waar de diertjes in zitten.

Temperatuurregeling voor infraroodlamp of infrarood warmtematje:

Er zijn verschillende mogelijkheden om de temperatuur te regelen van een infraroodlamp of infrarood matje. Ten eerste door de afstand anders in te stellen. Zet de lamp verder weg en het wordt koeler. Doe meer handdoeken op het warmtematje, en het wordt koeler. Maar erg nauwkeurig is het niet.

Er zijn speciale thermostaten verkrijgbaar, waarmee je heel nauwkeurig de temperatuur kunt regelen. Deze zet je tussen de warmtebron en het stopcontact. Aan de thermostaat zit een sensor die je bij het nest legt. Wordt het warmer dan de ingestelde temperatuur, dan schakelt de thermostaat de warmtebron tijdelijk uit. Totdat het weer is afgekoeld en de warmtebron weer aan moet.

Een goedkoper alternatief is de warmteregelaar (10 euro). Deze zet je ook tussen de warmtebron en het stopcontact. En dan kun je instellen hoeveel stroom de warmteregelaar moet doorlaten. Vaak kun je het stapsgewijs instellen van 20% tot 100%.

Hond als surrogaatmoeder voor een kangoeroeSurrogaat-moeder

Jonge moederloze dieren hebben ook graag een surrogaatmoeder. Bij sommige diersoorten kan de vader de verzorgende rol op zich nemen. En soms zorgt een ander diersoort voor een jong. Bijvoorbeeld op deze foto. Hier zorgt een hond voor een baby kangoeroe. Ze wast hem, houdt hem warm en helpt het jong met de ontlasting.

Maar niet iedereen is in het bezit van een ander dier dan surrogaatmoeder kan spelen.

Dan is het handig om te weten dat er ook Snugglepets zijn. Snugglepets zijn knuffeldieren met een echte voelbare hartslag. Ook kun je er een warmte element in stoppen, zodat het heerlijk warm aan voelt.
Doordat het jong de hartslag voelt, wordt het rustiger en kalmeert het jonge dier merkbaar.

Er zijn Snuggle Kitties en Snuggle Puppies in verschillende kleuren. Maar natuurlijk kunnen ook andere diersoorten gebruik maken van deze surrogaatmoeders. 

Paarden, herten, runderen, reeën, etc

Grotere dieren zoals paarden, herten, runderen en reeën hebben niet altijd warmte nodig. Het hangt af van de toestand van het dier. Een verzwakt dier, dat niet wil staan, kan zeker baat hebben bij wat extra warmte van een warmtelamp. Maar over het algemeen is een tochtvrije stal met veel stro goed genoeg.

In koude maanden kan een dekje erg fijn zijn. Een kalverdekje of honden-pakje kan voor meer diersoorten gebruikt worden.

Is hulp echt nodig?

Is hulp echt nodig?

Een belangrijke vraag. Want veel dieren die met de hand worden grootgebracht, hadden helemaal geen hulp nodig gehad.

Wanneer je weet dat de moeder overleden, ziek of erg verzwakt is, moet je altijd ingrijpen. Maar vaak is het niet zo duidelijk. Vooral bij wilde dieren denkt men vaak ten onrechte dat een jong dier hulpbehoevend is wanneer de moeder even niet in de buurt is.

Hieronder staan een aantal situaties die je kan aantreffen en wat je het beste in zo'n geval kunt doen.

Omdat de aanpak verschilt bij wilde en tamme dieren, maak je een keuze:

Tamme dieren

De moeder zorgt niet voor haar jongen:
Konijnen komen gewoonlijk maar 2x per dag een korte tijd bij het nest om te voeden. Verder kijken ze niet om naar hun jongen. Dit is normaal gedrag en wanneer de jongen rustig en met een bolle buik in het nest liggen, is er niets aan de hand.

Voor alle andere dieren geldt dat wanneer de moeder lichamelijk niets mankeert, maar gewoon niet lijkt te snappen hoe ze voor haar jongen moet zorgen, het kan helpen om ze in een kleinere kooi te zetten. Zo komt er meer contact tussen moeder en kinderen, en zal ze beter voor ze zorgen. Zorg voor een stille omgeving en laat ze met rust, zodat de moeder kan ontspannen. Wanneer ook dit niet helpt, kun je de moeder ook op de rug leggen en de jonkies bij een tepel aanleggen zodat ze kunnen drinken. Help daarna de jonkies met poepen en plassen, zoals staat uitgelegd in het artikel 'De eerste 24 uur. Hoe zorg je voor een jong dier?'.

De moeder geeft geen of niet genoeg melk,
de moeder heeft een aantal tepels die niet ‘werken’, of
de moeder heeft een te grote worp gehad en is uitgeput.

Jonge dieren die te weinig melk krijgen zijn vaak erg onrustig, gaan piepen en zien er rimpelig uit. Wanneer je het nekvelletje tussen duim en wijsvinger omhoog trekt en loslaat, moet het binnen 1 seconde weer terugveren. Gebeurt dit niet, dan zijn ze uitgedroogd en is hulp noodzakelijk.
Wanneer je twijfelt of de jonkies genoeg melk krijgen, kun je ze een aantal keren wegen om te zien of ze in gewicht aankomen.

Wanneer de moeder heel veel jongen heeft, kun je de jongen bijvoeren. Laat ze gewoon bij de moeder, maar geef 1 of 2 keer per dag wat extra melk met een spuitje. Na het voeden moet je ze helpen poepen en plassen. Wrijf wat bodembedekking en mest over de jongen om ze weer een bekende geur te geven, en leg ze terug in het nest.

De moeder staat niet toe dat de jongen bij haar drinken:
Waarschijnlijk is er iets mis met de moeder. Ze heeft bijvoorbeeld een tepelontsteking of baarmoederontsteking. Raadpleeg een dierenarts.

Er is een jong buiten het nest gevallen:
Soms gebeurt het dat een jong een tepel blijft vasthouden wanneer de moeder het nest uit loopt. De meeste moeders zullen dit opmerken en het jong terugleggen. Vooral bij konijnen zijn de moeders vaak wat slordiger en laten het jong gewoon liggen. Het jong mist de warmte van het nest en raakt snel onderkoeld. Je kunt het jong het beste opwarmen door het tegen je blote huid te houden. Ga zitten, leg het jong op je buik en doe je kleding er weer overheen. Wanneer het jong voldoende is opgewarmd, wrijf je wat bodembedekking en mest over het jong en leg je het weer terug in het nest.

Een van de jongen is beduidend kleiner:
Het komt vaak voor dat een van de dieren kleiner is dan de rest. Houd dit diertje goed in de gaten en weeg het meerdere malen per dag. Zo nodig bijvoeren. Houd het diertje wel bij de moeder. (zie ook: moeder geeft niet genoeg melk).

De moeder is tijdens de bevalling of kort na de geboorte van haar jongen overleden.
Zoek een ander dier met een nestje dat als 'min' kan dienen of voed de jongen met de hand op.

De vader of andere volwassene vindt de jongen maar niets:
Zet het andere dier tijdelijk in een apart verblijf, maar zorg wel dat er contact mogelijk blijft via de tralies. Zet de moeder regelmatig bij het andere dier. Wanneer de jongen wat ouder zijn en zich beter kunnen verweren, kun je alle dieren voorzichtig weer bij elkaar zetten. Houd het gedrag de eerste uren goed in de gaten en laat ze niet alleen totdat je zeker wet dat alles goed gaat.

 

Wilde dieren

Je hond of kat komt aanlopen met een jong diertje:
Zie maar eens te achterhalen waar het vandaan komt... Weeg het, en bepaal of het oud genoeg is om weer vrijgelaten te worden of nog melkvoeding nodig heeft. Wanneer het jong wondjes heeft, kan het antibiotica nodig hebben. Geef het dier wat ORS elektrolytenoplossing en raadpleeg een dierenarts.

Je vindt een (kapot) nest met jongen:
Laat de jongen liggen. Herstel het nest zo goed als je kan en laat het verder met rust. De moeder komt weer terug als je weg bent. Soms zal ze de jongen verplaatsen naar een andere locatie.
Indien mogelijk kun je de volgende dag nog een keer gaan kijken of de jongen er goed bij liggen.

Je vindt een eenzaam konijntje in een veld:
Dit betreft meestal een haasje. Hazen hebben geen nest en de jongen lopen meestal zelfstandig rond door het gras. De ouders zijn vaak wel in de buurt, maar later zich pas zien als je weg bent. Gewoon laten zitten is dus het beste.

Je vindt een eenzaam hertje / jonge ree:
Dit is normaal. Jonge reeën blijven stil op een plek liggen. De ouders zijn in de buurt, maar later zich pas zien als je weg bent. Gewoon laten zitten is dus het beste.

Je vindt een jonge eekhoorn:
Wanneer je een eekhoorn op de grond vindt en je hem gemakkelijk kunt pakken, is er altijd iets mis. Deze diertjes (ook volwassen exemplaren) kun je het beste meenemen en naar een gespecialiseerde opvang brengen.

Je vindt per toeval een toegedekt nest met jonge egels:
Dek het weer toe en laat het met rust. De moeder zal in de buurt zijn en het nest weer herstellen.
De opvang van nesten met moeder is alleen nodig wanneer de moeder ziek is, het nest ernstig verstoord is of het nest in een gevaarlijke omgeving ligt.

Je vindt een eenzaam rondlopend jong egeltje:
Observeer het jong goed, voordat je het oppakt. Vaak is de moeder wel ergens in de buurt. Achtergelaten egeltjes zullen vaak een fluitend of piepend geluid maken.
Neem contact op met een egelopvang VOORDAT je het egeltje oppakt en meeneemt.

Let op:
Probeer altijd eerst een specialist te raadplegen voordat je een dier oppakt en meeneemt. Een specialist kan zijn een boswachter, dierenambulance, gespecialiseerde dierenopvang, etc.
Veel wilde dieren mogen niet door particulieren in huis worden opgevangen.

Opvangadressen

Wie geeft de beste zorg?

Waar kan je heen met een jong dier?

Wanneer je een pleegmoeder hebt gevonden, haal dan al haar jonkies uit het nest en leg ze bij jouw jongen. Dan pak je wat mest en bodembedekking uit het verblijf van de pleegmoeder en wrijf je alle jongen daarmee in. Zo krijgen ze allemaal hetzelfde geurtje en zal de pleegmoeder ze beter accepteren. Leg alle jongen in het nest en hou goed in de gaten wat er gebeurt.

Gelukkig heb je een uitgebreide website gevonden, waardoor je jonge zoogdieren de beste zorg kunt geven die ze nodig hebben. Maar vaak is het helemaal niet nodig om met melk en spuitjes in de weer te gaan! Wanneer je een pleegmoeder met een ander nest kunt vinden, kun je de jongen vaak met succes daarbij plaatsen*. Je hebt dan de meest natuurlijke voeding en het kost geen tijd en geld. Een pleegmoeder kun je vinden bij fokkers, asielen of andere opvangadressen. De jongen van de pleegmoeder hoeven niet precies even oud te zijn.
*Let op:
Egelmoeders zullen zelden andere jongen accepteren. Het is beter om dit niet te proberen.

Wilde dieren

tamme dieren

Wilde dieren mogen niet door particulieren worden opgevangen. Het is een strafbaar misdrijf.

Sowieso is het niet verstandig om wilde dieren zelf groot te brengen. In een huiselijke omgeving is het risico te groot dat ze teveel gewend raken aan mensen en niet meer terug kunnen naar de natuur.

Lijst met opvangcentra voor wilde dieren in Nederland.
 

Adressenlijst van Vlaamse Opvangcentra voor vogels en wilde dieren.

Gespecialiseerde opvangadressen hebben meer ervaring: dit maakt de overlevingskans voor het dier veel groter. Bovendien hebben zij vaak meerdere jonge wilde soortgenoten in de opvang en kunnen jonge dieren vanwege het sociale aspect zonodig aan elkaar gekoppeld worden. Jonge dieren groeien in de natuur immers ook met soortgenoten op.
Wil of kan je het diertje niet zelf grootbrengen, lees dan alleen pagina 'De eerste 24 uur'. Daarin staat alles wat je de eerste uren kunt doen om het diertje zo goed mogelijk te helpen totdat je een opvangadres hebt gevonden. Hiermee vergroot je de overlevingskansen aanzienlijk.

Eekhoorn:

Klik hier voor een lijst met opvangadressen voor eekhoorns.

Egel:

Klik hier voor een lijst met opvangadressen voor egels.

Tamme konijnen:

Adressenlijst voor tamme konijnen.

 

Knaagdieren, fretten, kittens, etc:

Nederland en Belgie hebben vele gespecialiseerde opvangadressen voor deze dieren. Raadpleeg internet, de Dierenbescherming of de Dierenambulance voor een adres bij u in de buurt.

 

Kittens en puppy's:

Kittens en puppy's kunnen onder anderen terecht bij Stichting Moederloos.
Of naar een kittenopvang of puppyopvang bij jou in de buurt. Informeer bij de plaatselijke dierenambulance voor adressen.


 

 

Angela's 6 belangrijkste tips voor elke opvoeder van jonge dieren:

Ga niet meteen aan de slag

Is hulp echt nodig?

Veel dieren die met de hand worden grootgebracht, hadden eigenlijk helemaal geen hulp nodig gehad.

Lees gauw verder...

Vind een goed opvangadres

Wie geeft de beste zorg?

De beste kans van slagen heb je bij iemand met ervaring en verstand van zaken.

Vind hier een opvangadres...

Geef geen melk

De beste tips om de eerste 24 uur door te komen.

Vaak zijn moederloze dieren gestrest, onderkoeld en uitgedroogd. Dat moet eerst worden aangepakt voordat je met melk aan de slag gaat.

Lees hier de beste aanpak...

Zorg dat je alles in huis hebt

Je hebt meer nodig dan alleen de juiste melk.

Je moet ook de juiste hulpmiddelen hebben om de melk te geven. En het verblijf van het diertje moet zijn aangepast aan zijn behoeftes.

Lees hier over alle benodigdheden om een diertje groot te brengen...

Zorg voor rust en comfort

Comfort en rust zijn van levensbelang

Met een optimale omgevingstemperatuur en voldoende rust, kan een jong dier zijn energie besteden aan de groei.

Meer over huisvesting en warmte...

Zo voer je een jong dier

Verslikking kan dodelijk zijn

Hoe houd je een jong dier vast? Hoe voorkom je dat het zich verslikt?

Lees er alles over in dit artikel...

melk voor dieren footer

Contact | stel direct een vraag

van 
bericht 
    

Postadres:

Zuidhoek 205e
3082 PH Rotterdam
Nederland

Afhaaladres:

Maandag t/m vrijdag
tussen 14u en 22u

Schillingsstraat 7
2988 CT Ridderkerk
Nederland

Bankgegevens:

IBAN: NL50TRIO0212118447
BIC:TRIONL2U
KvK-nummer: 53273958
BTW-id: NL002013367B49